Interview met Rutger Lazou over zijn boek ‘De toekomst van de kat’

Interview met Rutger Lazou over zijn boek
‘De toekomst van de kat – over vraagstukken waar katten ons voor plaatsen’

rutger-lazou-boek-toekomst-van-de-kat-kattenvoorlichting-interview

Onze interesse werd gewekt door een bericht van Rutger Lazou. Hij studeerde af in 2016 als moraalwetenschapper aan de Universiteit Gent (België). Momenteel doctoreert hij aan de universiteit van Graz (Oostenrijk) in de filosofie. In november verschijnt zijn populair-wetenschappelijke boek ‘De toekomst van de kat – over vraagstukken waar katten ons voor plaatsen’.

In zijn boek wil Rutger de lezer aanzetten tot nadenken over de toekomst van de kat. De relatie tussen mens en kat is voor beide partijen heel waardevol, maar brengt ook een aantal mogelijke problemen met zich mee, zoals volle asiels, zwerfkatten in nood, overlast voor mensen, de fok van raskatten, de impact van de kattenvoerindustrie op milieu en dierenwelzijn en het jaaggedrag van katten dat – althans volgens ecologen – leidt tot een verminderde biodiversiteit (en misschien ook de rechten van prooidieren schendt).

Vooral dat laatste, waar wij vaak over geschreven hebben, triggerde ons! Op onze website hebben we een goed onderbouwd artikel geschreven over de vermeende ‘miljoenen vogels’ die katten jaarlijks zouden ombrengen. We wilden dus graag meer weten over het boek van Rutger. Tijd voor een interview!


rutger-lazou-profielfoto-boek-kattenvoorlichting-interview
Rutger Lazou

Hoe komt een moraalwetenschapper op het idee om een boek over katten te schrijven?

Ik ben in een gezin opgegroeid waarin huisdieren steeds welkom waren. Dieren liggen me om die reden nauw aan het hart. Gedurende mijn opleiding in de moraalwetenschappen – de tak binnen de filosofie die onderzoekt welk gedrag goed of slecht is – besefte ik echter steeds meer dat de menselijke omgang met dieren een ’morele blinde vlek’ is in onze maatschappij. Dieren krijgen niet de waardering die hen toekomt. Voor ons entertainment, onze kleding, onze voeding, transport, etc. gebeuren heel wat zaken waarbij dierenrechten verwaarloosd worden. Daarom besloot ik mijn masterproef te wijden aan een onderwerp binnen de dierenethiek, die onderzoekt hoe we met dieren horen om te gaan.

Ik koos ervoor om een actueel thema te kiezen waar mensen interesse voor hebben, een onderwerp dat leeft. Geen al te wereldvreemd onderwerp dus zoals het tegengaan van dierenleed in de wilde natuur (wat meer en meer aandacht krijgt in de dierenethiek) en ook geen al te naar onderwerp zoals de wantoestanden in de industriële veeteelt – al passeren die thema’s ook wel de revue in het boek, daar waar ze relevant zijn. Op deze manier was het mogelijk om mijn masterproef niet in een boekenkast te laten verdwijnen onder een laag stof. Het elegante, grappige en mysterieuze karakter van de kat maakte het natuurlijk extra leuk om hier onderzoek naar te doen.

Onze viervoetige vriend bleef me in haar greep houden. De promotor van mijn masterproef nodigde me uit om een wetenschappelijk artikel te schrijven, een bondige versie van de masterscriptie zeg maar. Ook als leerkracht was de kattenkwestie een van mijn favoriete lesonderwerpen. Het verschijnen van het boek Cat Wars, waarin katten nogal kort door de bocht als meedogenloze killers werden afgeschilderd, motiveerde me om me te mengen in het publieke debat. Zo schreef ik een opiniestuk voor De Standaard waarin ik inging tegen dit standpunt. Toen ik eenmaal de smaak te pakken had, schreef ik nog enkele stukken over raskatten, over verplichte sterilisatie, enzovoorts. Het uitbrengen van een boek voor het brede publiek was de ultieme uitdaging!

2012-04-06-chloe-jagen-sluipen-tuin-fotograaf-nienke-flipsen

Dat brengt ons meteen bij een thema waar je in je boek veel aandacht aan besteedt: het jaaggedrag van de kat. Waarom hebben natuurbeschermers die het jaaggedrag van katten aan banden willen leggen volgens jou ongelijk?

Veel natuurbeschermers en ecologen willen het jaaggedrag van katten tegengaan omdat dit volgens hen leidt tot het uitsterven van vogelsoorten, wat slecht is voor de biodiversiteit (de verscheidenheid aan levensvormen) van een ecosysteem. Als huiskatten daarom binnen moeten blijven en zwerfkatten moeten verdwijnen, dan moet dat maar, volgens hun visie.

Dat biodiversiteit belangrijk is, daar valt niet over te twisten. Een hoge biodiversiteit zorgt voor een hoge productiviteit (er zijn veel bronnen waar dieren van kunnen leven), een efficiënte verdeling van die bronnen en meer zekerheid tegen grote ecologische veranderingen. Ecologische gebeurtenissen zoals droogtes of insectenplagen hebben bijvoorbeeld minder kans op dramatische gevolgen. Een complex ecosysteem met veel verschillende soorten en overlevingsstrategieën is niet van één soort afhankelijk en reageert zo beter op ecologische druk.

Voor het besluit dat het jaaggedrag van katten een bedreiging is voor de biodiversiteit van ecosystemen of vogelsoorten in het bijzonder, is echter geen bewijs. De natuurbeschermers die dit beweren laten zich te veel leiden door het feit dat de kat een ‘onnatuurlijke jager’ is: haar aanwezigheid is geen gevolg van natuurlijke selectie, maar van menselijke introductie. Dat maakt haar jaaggedrag tot een extra bedreiging. In een natuurlijke situatie co-evolueerden prooien met predators: ze oefenden een intense natuurlijke selectie op elkaar uit, waardoor prooien aangepast zijn aan het jaaggedrag van de predator. De prooien van katten ondergingen deze co-evolutie maar in een beperkte mate. Dat is een reden om extra waakzaam te zijn over de gevolgen van het jaaggedrag van de kat, maar dat bewijst nog niet dat er ook effectief gevaar is.

Dat is niet het geval. Katten zijn immers opportunistische jagers: ze vangen vooral zieke en verzwakte prooien van de soorten die het vaakst voorkomen. Zeldzame soorten staan zelden op het menu. Bovendien jagen katten op ratten die op hun beurt vogelnesten aanvallen. Het tegengaan van het jaaggedrag van katten zou dus tot nog meer jaaggedrag leiden, waardoor het voortbestaan van vogelsoorten nóg meer in gevaar komt en nog meer rechten van prooidieren zouden worden geschonden. Bovendien ontbreekt het nog aan katvriendelijke methodes om haar jaaggedrag in te perken. Een belletje aan haar nek hangen om de prooien te waarschuwen, waar ze knettergek van wordt*, of het verwijderen van de nagels zijn funest voor haar welzijn. Voor huiskatten is een omheinde tuin een alternatief, voor zwerfkatten is dit niet mogelijk.

*belletjes hinderen katten niet bij de jacht op prooidieren (lees meer)

Wat denk je van het binnenshuis houden van katten? Is dat te verantwoorden? Sommige kattenbaasjes wonen bijvoorbeeld op een appartement en kunnen hun kat moeilijk buiten laten.

Het binnenshuis houden van een kat valt zeker te verantwoorden als aan een aantal voorwaarden voldaan is. Elk baasje moet zijn of haar kat een voldoende hoog welzijn kunnen garanderen. Het spreekt voor zich dat baasjes die hun kat geen goed leven kunnen geven of daar niet de nodige tijd en moeite in kunnen of willen steken, beter geen kat in huis nemen. Doen ze dat wel, dan hebben ze het dier geschaad door het in huis te halen. Zodra baasjes hun kat een leven bieden dat ‘waard is om geleefd te worden’ of dat beter is dan het leven dat de kat leidde in het asiel, is aan deze eerste voorwaarde (‘niet-schaden’) voldaan. Het binnenshuis houden van een kat heeft gevolgen voor haar welzijn, maar betekent niet dat haar leven niet waard is om geleefd te worden.

Het bieden van een leven dat waard is geleefd te worden is echter niet voldoende. Er moet ook een zekere wederkerigheid en gelijkwaardigheid zijn in de relatie tussen baasje en kat. Het gezelschap van een kat brengt een aantal voordelen met zich mee voor een baasje. Het is wetenschappelijk aangetoond dat de aanwezigheid van een kat stress en angstgevoelens vermindert. Ook de kans op depressie daalt. Rechtvaardigheid vereist dat een baasje de nodige inspanningen levert om het welzijn van zijn of haar huisdier te verhogen. De kat eten geven is niet voldoende, het dier heeft ook recht op aandacht, spelgedrag en andere vormen van verrijking.

Bij ‘conflicten’ moeten de belangen van baasje en kat eerlijk worden afgewogen. Sommige baasjes vinden het niet leuk als de kat op het aanrecht loopt en proberen dat gedrag te veranderen. Deze baasjes zouden zich moeten afvragen of het echt nodig is om dit te veranderen. Een kat voelt zich veilig op verhoogde platformen zoals zo’n aanrecht, ze heeft dan een goed overzicht over de ruimte. Deze mogelijkheid moeten missen heeft wellicht grotere gevolgen voor de kat dan de gevolgen voor het baasje wanneer ze dit wel doet. Dat betekent echter niet dat een baasje de kat altijd haar zin moet geven.

2017-05-10-tonick-tuin-fotograaf-nienke-flipsen-kattenherplaatsing

Wat met de mogelijkheid om buiten te kunnen? Buiten kunnen is een enorme verrijking voor een kat. Buiten kan ze de behoefte om haar natuurlijke gedrag te vertonen ten volle uiten. De wens van baasjes om hun tuin netjes te houden, lijkt hier niet tegen op te wegen. Voor baasjes die in een appartement wonen of naast een erg drukke, gevaarlijke straat daarentegen, zou het een onrealistisch hoge eis zijn dat ze in het belang van de kat zouden moeten gaan verhuizen. Voor deze mensen is het redelijk te stellen dat ze de natuur zoveel mogelijk ‘naar binnen halen’ door de inrichting van hun woning aan te passen. Belangrijk zijn verhoogde platformen om op te zitten, voldoende rust-, verstop- of slaapplaatsen, de mogelijkheid om te krabben, klimmen en spelen (wat het jaaggedrag simuleert), enzovoorts.

En het welzijn van zwerfkatten? Wat kunnen we voor hen betekenen?

Zwerfkatten zijn katten die geboren werden in een stedelijke omgevingen en niet aangepast zijn aan een leven in nauw contact met mensen. Ze overleven op de etensresten die menselijke omgevingen produceren. Door hun grote vrijheid kunnen ze haast onbeperkt hun natuurlijke gedrag uiten. Toch hebben ze vaak te kampen met een soort stigma, een negatieve reputatie. Omdat ze geen specifieke verzorgers hebben, overleven op etensresten en weinig materieel comfort hebben, vinden veel mensen dat ze een onwaardig bestaan hebben en beter verdwijnen. Antistigma-maatregelen moeten vermijden dat hun alternatieve leefwijze hen kwetsbaar maakt.

Net zoals bij huiskatten het geval is, moeten ook hun populaties wel gereguleerd worden. Dat kan op een effectieve en diervriendelijke wijze via de VST-methode: vangen-steriliseren-terugzetten (ook bekend als TNR; Trap, Neuter, Return). Via vangkooien worden zwerfkatten gevangen en daarna gesteriliseerd. Na de sterilisatie wordt een oorknip aangebracht en worden ze weer vrijgelaten op de oorspronkelijke locatie. Sommige organisaties chippen de katten ook voor een nog betere registratie. Zo kunnen we vermijden dat er overpopulatie ontstaat en dat ze in een vicieuze cirkel belanden waarin schaarste aan bronnen, een negatief welzijn, gezondheidsproblemen, ziektes, etc. elkaar versterken. De term ‘overpopulatie’ impliceert weliswaar dat er een ideaal aantal katten bestaat. De hamvraag is dan ook welk kattenaantal we precies willen bereiken. Moeten we streven naar een toekomst met veel of met heel weinig katten?rutger-lazou-boek-toekomst-van-de-kat-kattenvoorlichting-interview

Wat maakt dit boek de moeite waard om te lezen voor kattenliefhebbers?

Mensen met katten gaan een grote verantwoordelijkheid aan. Met een kat nemen ze een half-gedomesticeerd, jagend, carnivoor dier in huis dat zich ook nog eens heel snel voortplant. Dat heeft gevolgen voor katten zelf, voor mensen en voor andere dieren. We dragen de verantwoordelijk om de vraagstukken waar katten ons voor plaatsen niet zomaar naast ons neer te leggen, maar om erover na te denken. Op die manier leren we bovendien iets bij over onze omgang met dieren en de natuur in het algemeen.

Naast de morele vraagstukken bevat het boek ook uitweidingen over hoe de filosofie naar katten (of dieren in het algemeen) kijkt, waar katten vandaan komen, wat domesticatie inhoudt, hoe het denken en voelen bij katten in elkaar zit, enzovoort.

Last but not least: heb je zelf katten?

Ik werk op dit moment in Oostenrijk, waardoor ik me allesbehalve in een geschikte positie bevind om een kat of ander huisdier te adopteren. Ik kom immers vaak laat thuis in mijn appartement en ga geregeld op bezoek in België. Ik heb gedurende mijn leven wel veel katten gekend en heb er altijd heel erg van genoten om voor zo’n viervoeter te zorgen. Mijn kattenallergie was in elk geval nooit een reden om uit hun buurt te blijven!

Waar is het boek te koop?

Koop het boek vanaf 15 november 2019 via je favoriete boekhandel of online en ontdek de vele andere kwesties die Rutger bespreekt! Volg ook de Facebookpagina van het boek en blijf op de hoogte van nieuws over de thema’s uit het boek, recensies en discussies!

We willen je graag hartelijk bedanken voor dit interessante interview, Rutger, en we wensen je veel succes met de verkoop van het boek!

#DeToekomstVanDeKat

Ben je tevreden over onze voorlichting? Steun ons GRATIS en shop bij Zooplus!